Kronkelruimte

wriggle-room
Hoeveel kronkelruimte (wriggle room) hebben onze overheden?

Tijdens de financiële crisis kwamen onze beleidsmakers direct in het geweer om banken te redden en de economie te stimuleren. Het resultaat was dat de recessie, alhoewel slecht, niet zo hevig was als de Grote Depressie (1929). Ongelukkigerwijs echter heeft deze vlotte respons van de politici hun economisch arsenaal uitgeput. Nu zeven jaar later blijft het economisch arsenaal uitgeput. Mocht de recessie weer toeslaan dan zijn vooral de rijkere landen slecht toegerust om dit onheil af te weren.

Om de beweegruimte 0f kronkelruimte van overheden te meten heeft The Economist een meetlat ontworpen, samengesteld uit staatsschulden, begrotingstekorten en rentevoet;  de instrumenten waarmee beleidsmakers normalerwijze de economie aansturen.  Alhoewel de maat vrij grof is, leidt de analyse tot een heldere en zorgwekkende conclusie. Een paar economieën  zouden een stevige verdediging tegen een nieuwe schok kunnen opzetten, maar de meeste landen zijn ‘sitting ducks’; ze wachten af en hopen op het beste zonder effectief iets te kunnen doen. Begin 2007 was de gemiddelde rentevoet van de Centrale Banken in deze landen net onder de 4% hetgeen historisch gezien al laag was. Nu is het gemiddelde voor de rijke landen 0,3%. Dat geeft extreem weinig ruimte voor beleid. De berg van publieke schuld opgehoopt sinds 2007 voegt een tweede beperking toe. Staatsschuld, als percentage van het BBP is gemiddeld 50% hoger dan vóór de crisis.

Gemiddeld is de kronkelruimte van de rijke landen een derde gedaald sinds 2007. Hopelijk laat de volgende schok nog even op zich wachten.

Klik op het plaatje om de interactieve infographic te zien.

Dit bericht is geplaatst in Goede Tijden SLechte Tijden met de tags , . Bookmark de permalink.